
VEILIGHEIDSREGIO EN RODE KRUIS WERKEN STEEDS BETER SAMEN
VEILIGHEIDSREGIO EN RODE KRUIS WERKEN STEEDS BETER SAMEN
De veiligheidsregio en het Rode Kruis breiden de samenwerking op het gebied van bevolkingszorg verder uit. Een goede zaak, vindt zowel coördinator noodhulp Jan-Willem van Belzen van het Rode Kruis als coördinator bevolkingszorg Diana Schutte van de veiligheidsregio. “Dit is een stap vooruit.”
De samenwerking tussen de veiligheidsregio en het Rode Kruis op het gebied van bevolkingszorg, vastgelegd in een convenant, gaat al vele jaren terug. “Het oude convenant was modulair van opzet. Daarin was feitelijk alleen de module ‘opvang’ geregeld”, zegt Jan-Willem van Belzen. “In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst die eraan zit te komen, is dat verder verbreed. We kunnen bij calamiteiten ook voor andere ondersteunende taken worden ingeschakeld, bijvoorbeeld bij de distributie van nooddrinkwater. Ik zie dat echt als een stap vooruit.”
Het Rode Kruis beschikt in Noord-Holland (het gebied van het Noordzeekanaal tot en met Texel) over 500 opgeleide, getrainde vrijwilligers, van wie tachtig specifiek inzetbaar zijn op het gebied van bevolkingszorg. Daarnaast staan onder de noemer Ready2Help 1700 burgerhulpverleners klaar om te hulp te schieten als de situatie daarom vraagt. Het gaat om algemene taken. Van zandzakken leggen bij een dreigende overstroming tot hulp aan ouderen in een hittegolf tot assistentie voor ziekenhuizen tijdens een griepgolf: kortdurende hulpverlening, uitgevoerd door mensen die niet de tijd hebben elke week te trainen.
TOENAME
Bevolkingszorg is een van de terreinen waarop het Rode Kruis de komende jaren sterker wil inzetten, vertelt Jan-Willem van Belzen. “We merken dat de vraag naar ondersteuning toeneemt. Een goed voorbeeld is de situatie op Schiphol begin januari dit jaar, toen honderden vluchten werden geannuleerd en duizenden reizigers dagenlang vastzaten op de luchthaven. Wij helpen dan bij de opvang, maar zo’n inzet kost veel menskracht. Die willen we graag kunnen leveren als het nodig is. We streven er daarom ook naar het aantal vrijwilligers op het gebied van bevolkingszorg eind 2027 te hebben uitgebreid naar honderd.”
Ondersteuning bij opvang van mensen die door een incident – bijvoorbeeld een brand of explosie – tijdelijk geen dak boven hun hoofd hebben is de belangrijkste focus van het Rode Kruis. In het geval van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord wordt die support geleverd op aanvraag. “Daarbij wordt aan de hand van het incident eerst gekeken naar het aantal mensen dat nodig is, maar ook of hulpmiddelen nodig zijn, zoals veldbedden, dekens en hygiënesets”, zegt Jan-Willem van Belzen. “In ons magazijn in Purmerend staan tweehonderd veldbedden. Die kunnen binnen twee uur in onze regio beschikbaar zijn. Is dat niet voldoende, dan liggen elders in het land nog eens 1200 veldbedden opgeslagen.”
UITGANGSPUNT IS ZELFREDZAAMHEID
“Als veiligheidsregio gaan we uit van zelf- en samenredzaamheid”, zegt Diana Schutte. “In de praktijk zien we dat een groot gedeelte van de mensen bij calamiteiten via het eigen netwerk een plek (en vervoer ernaartoe) regelt om een paar uur of een aantal dagen te verblijven. De groep die overblijft, zijn vaak mensen zonder vangnet. Juist voor hen is het belangrijk dat er toch tijdelijke voorzieningen zijn. Ze hebben geen letsel, maar kunnen niet naar huis en hebben geen vrienden of familie in de buurt bij wie ze makkelijk terecht kunnen. Soms zijn het mensen die de taal niet spreken, zoals nieuwkomers of toeristen, het kunnen ook (kwetsbare) ouderen of gezinnen zijn.”
Vrijwilligers van het Rode Kruis zijn allemaal EHBO’er en opgeleid in het opvangen van mensen. Ze werken in teams van gemiddeld vijf personen, met aan het hoofd een teamleider. De teams helpen bij het praktisch en veilig inrichten van opvanglocaties, de registratie van getroffenen of gedupeerden en bieden een luisterend oor. Dat laatste punt is enorm belangrijk, zegt Diana. “De vrijwilligers van het Rode Kruis zijn getraind en geoefend in het inschatten hoe het met iemand gaat. Zij kunnen ook echt zorgen dat iemand zich veilig en gehoord voelt op een opvanglocatie.”
REGIE
In de gevallen dat het Rode Kruis wordt ingeschakeld heeft de veiligheidsregio de regie, zo is afgesproken. Jan-Willem: “Onze hulpverleners gaan naar de afgesproken locatie toe en wachten daar op hun teamleider. Als die er is, wordt een lijntje gelegd met de verantwoordelijk Officier van Dienst Bevolkingszorg (OvD Bz) die de opvang en verzorging coördineert - in de rol van Coördinator opvang en verzorging. Vervolgens gaan onze Rode Kruis vrijwilligers op aanwijzing van de coördinator aan de slag. De veiligheidsregio is ‘in the lead’ en bepaalt bijvoorbeeld of registratie noodzakelijk is. Is dat het geval, dan helpen onze mensen daarbij.”
“Registratie is geen doel op zich”, zegt Diana. “Het is een middel dat bijdraagt aan het beeld van het aantal getroffenen en betrokkenen en hun vragen en behoeften. Met de registratie kunnen we bijvoorbeeld vastleggen waar de mensen vandaan komen, of er medicijnen nodig zijn, en dat er dieren vermist zijn of opgevangen moeten worden. Bij mensen die meer nodig hebben dan een tijdelijk onderkomen, dragen we de gegevens over aan de gemeente, zodat zij naderhand contact kunnen opnemen om te kijken wat voor hulp gepast is. Denk aan praktische zaken zoals hulp bij vervangende huisvesting, handgeld, noodpaspoorten, etc. Maar ook psychosociale hulp omdat een gebeurtenis heel veel impact op een mensenleven kan hebben. Omdat we zelfredzaamheid stimuleren, zijn we ons ervan bewust dat de registratie vaak niet sluitend is. Niet iedereen komt naar zo’n opvanglocatie, mensen gaan soms ook helemaal hun eigen weg. Maar het registreren van de mensen die zich wel melden is vaak een pittige klus en dan is het wel heel erg fijn dat onze Coördinator opvang en verzorging hierbij ondersteund kan worden door de Rode Kruis vrijwilligers. Hij of zij staat er ter plekke vaak relatief alleen voor en heeft ook nog een lijntje met onze OvD Bz bij de plaats incident te onderhouden.”
Diana is zeer tevreden over de betere samenwerking. “We werken toe naar een vernieuwde overeenkomst, onze contacten zijn verstevigd en we oefenen vaker samen. Dit is belangrijk voor de continuïteit van bevolkingszorg. Ons uitgangspunt is dat de basis op orde moet zijn. Het Rode Kruis is onderdeel van die basis. Juist op een moment dat er om ons heen heel veel speelt, zoals cyberdreigingen, explosies en extreem weer, is het een prettige gedachte dat we regionaal extra capaciteiten en middelen tot onze beschikking hebben.”
CONTINUITEIT EIGEN ORGANISATIE
Een laatste punt – maar zeker ook belangrijk – is de continuïteit en de beschikbaarheid van onze crisisfunctionarissen. Lionique: “Veel leden van het Expertteam Bevolkingszorg hebben hun dagelijkse werk bij een gemeente. Wat doen we als gemeenten hun mensen nodig hebben en wij regionaal tegelijkertijd ook voor een GRIP opschaling? Wij zijn in ons land tot nu toe voornamelijk ingesteld op flitsrampen, niet op langdurige inzetten. We moeten dus aan de slag met onze eigen continuïteit als veiligheidsregio, net als de gemeenten zelf. Hoe dit in de praktijk goed gaat werken, moeten we nog verder uitzoeken.”
De voorbereiding is een zaak van bewustwording én uitvoering, stelt ze. “Voor de inwoners gaat het er bij een langdurige crises om dat ze zichzelf 72 uur kunnen redden. Voor crisisfunctionarissen geldt dat ook, maar zij hebben ook nog een andere positie. Zij zijn nodig en moeten inzetbaar zijn. Daarom is het van belang dat hun thuissituatie ook ingericht is op die zelfredzaamheid. Hierbij zie je dat het echt een opgave is voor de hele samenleving.”
“De weerbaarheidsopgave is een nieuwe ontwikkeling in de crisisbeheersing; paden die we in ons land niet gewend zijn te lopen. Tegelijkertijd is de dynamiek hoog en neemt de urgentie steeds meer toe. We moeten als samenleving in zijn geheel klaar zijn. Dat maakt het enorm belangrijk dat we dit goed regelen.”
“Het Rode Kruis kan nu bij calamiteiten ook voor andere ondersteunende taken worden ingeschakeld, bijvoorbeeld de distributie van drinkwater in tijden van nood”
OEFENING 'WARM WELKOM' ''MENEER IK WORD NIET GOED, U MOET MIJ HELPEN!''
“Meneer, ik word niet goed. Ik moet naar het ziekenhuis, denk ik. U moet mij helpen. Ik heb echt hulp nodig, ik heb medicatie nodig. U helpt mij niet. Meneer! Meneer! Help mij nou! Loop nou niet weg! MENEER!”
Het is dinsdag 19 mei. De multifunctionele accommodatie ’t Dorpshuis in Julianadorp is het decor voor de operationele oefening ‘Warm welkom’. Bevolkingszorg en het Rode Kruis oefenen vandaag de opvang van zo’n negentig jongeren, die vanwege een natuurbrand zijn geëvacueerd van een nabijgelegen camping. Het is de eerste gezamenlijke 1-op-1 oefening in een lange tijd van beide partijen, die Vonk mbo in Schagen bereid hebben gevonden bijna honderd studenten als figurant beschikbaar te stellen. De leerlingen vervullen hun rollen met verve en stellen de hulpverleners stevig op de proef. Ze mopperen, plagen, klagen, zeuren, spelen dat ze boos zijn, grossieren in uitingen van onbegrip, hangen rond, houden zich niet erg aan instructies, klampen zich vast aan hulpverleners, reageren verontwaardigd en maken het realiteitsgehalte op die manier hoog.
