ONGEVAL SCHOOLFEEST: NAZORG VIA GHOR EN GGD

“Overdracht is naadloos verlopen”

Bij incidenten en calamiteiten trekt Veiligheidsregio Noord-Holland Noord – óók als het gaat om bevolkingszorg – regelmatig met andere partijen op. Eén van de partners is de GGD, die onder meer bij psychosociale hulpverlening een belangrijke rol speelt. Zo ook na een noodlottig ongeval op een basisschool.

Bij een ongeval tijdens een feest bij een basisschool liep een vader afgelopen voorjaar onder het oog van tientallen kinderen ernstige brandwonden op. Ook waren de leerlingen getuige van hulpverlening door andere ouders en de komst van politie, ambulance, brandweer en traumaheli. OvD Bevolkingszorg Eric Overtoom had piketdienst. Hij vertelt.

“Het was een vrijdagavond. De eerste melding die ik kreeg betrof een nazorgbehoefte vanwege een incident op een school. Toen ik belde met de meldkamer, werd het concreter: een man die zichzelf in brand had gestoken*, met kinderen als getuigen. Genoemd werd een aantal van 400. Verder was de beschikbare informatie summier. Ik ben naar de opgegeven locatie gereden en trof bij aankomst collega’s van brandweer en politie. Daarnaast zag ik overal groepjes ouders en kinderen. De ambulances waren al weg met het slachtoffer, brandweer en politie waren mijn aanspreekpunt. Omdat er geen multidisciplinaire opschaling was geweest, was er ook geen multidisciplinaire afstemming of informeel ‘motorkapoverleg’. De brandweer kon ter plekke niets meer doen en vertrok al snel na mijn aankomst. De collega’s van politie hebben me bijgepraat en verteld dat sprake was geweest van een noodlottig ongeval. Daarna hebben zij me naar de directeur gebracht.”

“De schooldirecteur vervulde toen ik arriveerde de rol van burgervader, anders kan ik het niet omschrijven. De warme fase was voorbij, in de koude fase rustte nagenoeg alles op zijn schouders. In die context was de opschaling door de meldkamer een verstandig besluit. Daar zijn bij de woorden ‘kinderen’, ‘man in brand’ en ‘school’ terecht alarmbellen afgegaan. De directeur had Slachtofferhulp al benaderd, die zouden maandag komen. Toen zijn we gaan overleggen. Onze voorlichter van dienst Mariëtte Bakker was daar ook bij. Samen hebben we aangegeven wat we konden betekenen en vervolgens hebben we samen een plan van aanpak gemaakt. Belangrijk element erin was de inzet om de nazorg eerder op gang te brengen. In haar functie van voorlichter heeft Mariëtte Bakker een brief opgesteld om de mensen binnen school te informeren. De directeur heeft opnieuw contact gezocht met Slachtofferhulp om te kijken: hoeveel eerder kunnen jullie komen?”


“Al analyserend kroop naarmate de avond vorderde en we meer op de rit zetten bij mij wel de vraag omhoog: is dit een onderwerp dat volledig op het bordje van Bevolkingszorg thuishoort? Later op de avond bleek dat gevoel juist. Toen belde de Algemeen Commandant GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio, red.) mij op om te zeggen dat dit - omdat er meer dan vijf betrokkenen annex slachtoffers waren - per definitie een GHOR/GGD-casus was. Die moest in de nazorg de hoofdrol hebben.”

“Er is geen tijd verloren gegaan, het proces is soepel verlopen en het incident kwam snel terecht waar het hoorde”

“We hebben toen onmiddellijk een afspraak gemaakt om de volgende ochtend een warme overdracht van taken tot stand te brengen. Bij dat overleg waren de locoburgemeester en de ambtenaar openbare orde en veiligheid van de gemeente, Slachtofferhulp, twee medewerkers van de GGD, de schooldirectie en ik aanwezig. In die bijeenkomst is de regie definitief overgeheveld van de kolom Bevolkingszorg naar de GGD.”

“Het mooie aan de overdracht is dat die naadloos is verlopen. In mijn optiek is dat voor een groot deel terug te voeren op de BOB-structuur, waarmee wij als hulpverleners leren werken: beeld-, oordeel- en besluitvorming. In multidisciplinair verband pak je elk incident zo op, nu had ik dat ook monodisciplinair gedaan. De BOB-structuur helpt om te categoriseren: waarmee hebben we van doen? Wie zijn betrokken? Welke impact verwachten we op wie? Zo tuig je feitelijk een kapstok op. Wat is er nodig, voor wie, wanneer en hoe?”


“In dit specifieke geval heb ik dat samen met de schooldirecteur ingevuld, inclusief de prioritering. Er was al een bijeenkomst op zaterdagavond voor ouders en leerlingen gepland en ook een schema voor daarna opgesteld. Daar kon de GGD zo op aanhaken, om er vanuit de eigen, specifieke expertise verder inhoudelijk invulling en diepgang aan te geven. Ik had misschien moeten weten: bij meer dan vijf slachtoffers schakel ik de GHOR in. Voor mij was dat een leermoment. Hoewel Bevolkingszorg bij dit specifieke incident is ingezet in plaats van de GHOR, waren de contouren in het plan van aanpak helder. Er is geen tijd verloren gegaan, het proces is soepel verlopen en het incident kwam snel terecht waar het hoorde. In die zin ben ik blij dat ik een bijdrage heb kunnen leveren.”


* per ongeluk, zo bleek later (red.)

GGD: “Er lag een solide basis

“Eric Overtoom heeft zijn werk als OvD-Bevolkingszorg goed gedaan. Zijn inzet heeft ons enorm geholpen in de dagen daarna. Als processen in de warme fase in goede banen worden geleid, dan maakt dat het gemakkelijker in de koude fase, ná het incident. Niet dat we dan minder werk hebben, maar het helpt wel.”

Aan het woord is stafpedagoog en adviseur PSH (psychosociale hulpverlening) Vanessa Wenners van GGD Hollands Noorden. Zij werd de ochtend na het incident bij de school gebeld door de crisiscoördinator, die weer door de Algemeen Commandant GHOR was geïnformeerd om de nafase gezamenlijk op te starten. “Ik hoorde toen dat al het nodige op de rails was gezet. Ik heb me ingelezen en heb aansluitend gebeld met Eric Overtoom en de directeur van de school. Daarna heb ik contact gezocht met Slachtofferhulp. Omdat ik begreep dat er ’s avonds een bijeenkomst met ouders en kinderen zou zijn, heb ik vervolgens aangestuurd op een vergadering met alle betrokken partijen: de school, de gemeente, Slachtofferhulp, Bevolkingszorg en wij als GGD.”

Psychosociale hulp, GHOR en GGD

De OvD-G (Officier van Dienst-Geneeskundig) valt onder de verantwoordelijkheid van de GHOR en geeft leiding aan de geneeskundige hulpverlening bij grootschalige incidenten. Standaard wordt de OvD-G gealarmeerd bij multidisciplinair opgeschaalde hulpverlening (vanaf GRIP 1). Daarnaast wordt de OvD-G bijvoorbeeld gealarmeerd in situaties waarin drie ambulances of meer zijn opgeroepen of gevaarlijke stoffen een rol spelen. Ook in het geval van incidenten waarbij psychosociale hulpverlening is benodigd, wordt een beroep gedaan op de OvD-G. Die kan op basis van zijn/haar expertise beoordelen of en zo ja welke hulp al in de “warme fase” van een incident nodig is en bijvoorbeeld direct lijnen uitzetten naar de GGD en/of Slachtofferhulp. Rond het incident bij de school is de OvD-G in tegenstelling tot de gebruikelijke procedure niet onmiddellijk op de hoogte gesteld. Hierdoor kwam psychosociale hulp pas in de nafase beschikbaar.